Terug naar Universiteit Twente Portal |
LoginDeutschContactSitemap |
![]() |
Bacheloropleidingen |
Elk studiejaar omvat veertig studieweken, verdeeld over vier blokken van tien weken (kwartiel). De vakken die je volgt, worden direct na afloop getoetst. Dat kan in de vorm van een opdracht of een schriftelijk tentamen. Elk kwartiel is zo opgebouwd dat je met verschillende onderwijsvormen in aanraking komt. Vakken worden gegeven in hoor- en werkcolleges. Tijdens een hoorcollege wordt de stof uitgelegd en tijdens een werkcollege moet je er zelf mee oefenen. We gaan ervan uit dat je bereid bent ongeveer veertig uur per week te besteden aan je studie, waarvan gemiddeld 25 uur aan hoor- en werkcolleges, werkgroepen en practica. Projecten en practica doe je in groepjes en worden afgesloten met een verslag en eventueel een presentatie.
Het eerste jaar
In het eerste jaar wordt aan de basis gewerkt. Je merkt al direct dat de studie erg toepassingsgericht is. Het gaat om het oplossen van een probleem en zeker niet om het reproduceren van feiten. Regelmatig mag je het boek of dictaat dan ook tijdens het tentamen gebruiken. Je volgt cursussen en colleges, doet projecten en volgt practica in de wis-, natuur- en scheikunde. De vakken hebben onderling én met de projecten en practica een sterke samenhang. De praktijklessen beslaan 40 procent van de studietijd in het eerste jaar. Je krijgt een eerste beeld van onderzoek op het gebied van materiaal- en procestechnologie. Binnen de verschillende opdrachtvakken is keuzeruimte ingebouwd, zodat je zelf al je aandachtsgebieden kunt bepalen.
Een overzicht van de eerstejaarsvakken is verder op de pagina weergegeven.
Het tweede jaar
In het tweede jaar neemt de hoeveelheid wiskunde al sterk af. Je gaat verder met het verwerven van kennis en vaardigheden, je krijgt vooral vakken, projecten en practica op het gebied van scheikunde en procestechnologie. Aan het einde van het jaar krijg je een Project ST, waarbij je een opdracht krijgt om aan de hand van een beschrijving van de situatie een fabriek te ontwerpen. Je moet allerlei variabelen meewegen en doorrekenen. Uiteindelijk ga je je het resultaat presenteren en toetsen aan een echte fabriek of bij een bedrijf.
Het derde jaar en jouw minor
In het derde jaar vervolg je met vakken, practica en projecten op het gebied van materiaalkunde en procestechnologie. Maar er is ook veel ruimte om zelf je studie in te delen en daarmee je richting te bepalen. Ongeveer de helft van het studiejaar (20 EC ofwel 20 weken) richt je zelf in door een minor te doen die op jouw maat is gesneden. Een minor is een samenhangend pakket van keuzevakken in een ander vakgebied. Je kunt bijvoorbeeld een deel van een andere opleiding volgen zoals Psychologie of Bedrijfskunde. Maar er zijn ook speciale themaminors, zoals Ondernemerschap, Management en Innovatie, Luchtvaarttechniek of een internationale minor. Tijdens je bacheloropdracht (15 EC) – doorgaans aan het einde van het derde jaar – zul je zelfstandig een onderzoek uitvoeren, meestal als onderdeel van een onderzoeksgroep. Dat kan aan de Universiteit Twente zelf, maar ook (deels) in het buitenland.
Calculus
De student verdiept en verbreedt zijn kennis van wiskunde en kan er vlot mee omgaan. Dat is noodzakelijk bij het begrijpen en toepassen van de mathematische modellen die in de vakken van de opleiding aan de orde komen. Veelal zijn de problemen zo lastig dat een vereenvoudiging van het probleem nodig is. Bij dit modelleren is een goed besef van de wiskundige begrippen erg belangrijk.

Energie en entropie
In de praktijk van alledag hebben we vaak te maken met systemen die uit extreem veel deeltjes bestaan. Het is onmogelijk elk deeltje afzonderlijk te beschouwen (microscopisch), vandaar de macroscopische benadering: eigenschappen worden beschouwd van het systeem als geheel, bijvoorbeeld warmtegeleidingsvermogen of warmtecapaciteit. De principes worden beschreven door de thermodynamica. Belangrijk zijn de eerste en tweede hoofdwet: de wet van behoud van energie en de wet van maximale entropie.
Oriëntatie technische natuurwetenschappen
Je maakt kennis met de actuele natuurwetenschappen zoals die op de UT worden bestudeerd. Je werkt in een groepje aan een actueel onderwerp bij een onderzoeksgroep, waarbij je wordt ondersteund door een promovendus en een wetenschappelijk medewerker. Je verdiept je in het onderzoek waarbij, indien mogelijk, ook het experimenteren aan bod komt. Daarnaast verdiep je je in de organisatie, methodieken en internationale positionering van de onderzoeksgroep.
Practicum Experimenteren
De experimenten liggen op het terrein van de scheikunde en de natuurkunde. Aan de orde komen onder meer de plaats van een experiment bij natuurwetenschappelijk onderzoek, vertalen van problemen in meetbare grootheden, opstellen van een meetprocedure, verwerken van meetresultaten en trekken van conclusies. Later staat de uitvoering van het experiment centraler: je leert kritischer kijken naar meetresultaten en kiest meer verantwoord een meetmethode. Bovendien is er veel aandacht voor het schrijven van verslagen. Later doe je experimenten op het gebied van de materiaaltechnologie en de reactiekinetiek.
Project materiaalkunde
Je maakt kennis met eigenschappen van de verschillende klassen van materialen en hun basiseigenschappen. Je werkt in groepjes aan een scriptie over een modern aspect in de materiaalkunde en presenteert deze.
Lineaire algebra
Elementaire Lineaire Algebra is een basisvak voor vele richtingen binnen (toegepaste) wiskunde. Het vak is ook een directe ondersteuning voor vakken uit de scheikunde en de natuurkunde. De opzet is het ontwikkelen van de theorie achter het oplossen van stelsels lineaire vergelijkingen, ook differentie- en differentiaalvergelijkingen.
Dynamisch modelleren en simulatie
De student leert om een mathematische beschrijving te geven van systemen uit de fysica en chemie. Centraal hierbij staat het herkennen van variabelen die het systeem beschrijven. De mathematische beschrijving kan worden gebruikt voor een analyse en simulatie van de dynamische respons. Een kritisch vergelijk van de simulaties en de werkelijke dynamische respons kan gemaakt worden. Het vak wordt afgesloten met de modellering van chemische reacties.
Procestechnologie
Het primaire doel is het verwerven van basiskennis van - en elementair inzicht in - de procestechnologie. Al doende zul je meer zicht krijgen op de voortzetting van je studie, dat meer de richting van de proceskant dan wel de productkant kan opgaan.
Structuur en reactiviteit
In dit vak verwerf je meer kennis en inzicht in de basisprincipes van atoom- en molecuulbouw, roosters en chemische reactiviteit in de organische en anorganische chemie.
Project duurzame energie
In een groep van 4 a 5 studenten doe je onderzoek naar duurzame brandstoffen voor het verkeer. In een oriënterend literatuuronderzoek identificeer je mogelijke alternatieven en vervolgens zoom je in op de scheikundig technologische aspecten van een van deze alternatieven. Tenslotte ga je deze duurzame brandstof zelf maken en testen.
Rianne Elizen vertelt over het project duurzame energie: ´´Het doel van het project is om bijna alles toe te passen van wat je in het eerste jaar geleerd hebt met als onderwerp biobrandstoffen. Het project bestaat uit drie delen: een vooronderzoek naar de verschillende mogelijkheden, dan het planmatig uitwerken van één keuze en tot slot de praktische uitvoering, dus zelf een biobrandstof maken in het lab. Aan het einde was er een groepspresentatie. Wij hadden een groep van zeven studenten. Na een diepgaand onderzoek naar alle brandstoffen, kozen we ervoor om bio-ethanol te maken uit biomateriaal (aardappels en hout). De uitwerking was een stuk leuker dan het eerste deel van de opdracht, maar het leukste kwam nog na het verslag. In een eigen gemaakte opstelling hebben we ook echt bio-ethanol gemaakt uit hout. Je ziet dan precies hoe zoiets in het echt gemaakt kan worden. Al met al een ideale afsluiting van het eerste jaar: leuk, gezellig en leerzaam.´´
Het eerste jaar is vooral een jaar waarin duidelijk moet worden of de opleiding bij je past en of je deze aankan. Bij het begin van de studie krijg je een mentor toegewezen, die regelmatig je ervaringen en de vorderingen met je bespreekt. Bij twijfel over de haalbaarheid van de opleiding krijg je tussentijds een schriftelijk advies van de opleiding. Naast de mentor is de studieadviseur beschikbaar om te kijken waar dit aan ligt en zo nodig te helpen bij het zoeken naar alternatieven. Aan het eind van het jaar krijgt iedereen een advies over het al dan niet voortzetten van de studie. De opleiding kijkt daarbij niet alleen naar de behaalde resultaten, maar ook naar bijzondere omstandigheden als ziekte of andere persoonlijke factoren. Een negatief advies is dan bindend en dat betekent dat je de opleiding niet kunt voortzetten. Een negatief advies is natuurlijk nooit leuk, maar de begeleiding is zo opgezet dat zo’n advies zeker niet onverwacht komt. Ons doel is iedereen zo snel mogelijk op de voor hem of haar meest geschikte plek te krijgen.